• Lifestyle
  • Onze modellen

Door Bas van Agten

08-12-13

Lief dagboek,

Het zit er op. Ik heb de elektrische Renault ZOE weer omgeruild voor de oude trouwe Zweed. Die begroette mij door probleemloos aan te slaan na drie weken stilstaan. Het was toch weer even wennen, zoveel lawaai.

Wat weet ik nu van elektrisch rijden wat ik eerst niet wist? Bijvoorbeeld dit; daar waar een auto op brandstof het onzuinigst is, stadsverkeer, daar gaat een EV juist heel spaarzaam om met de beschikbare stroom. Hoe langzamer je rijdt hoe lager het verbruik namelijk is. En als je stilstaat voor een stoplicht verbruikt de EV zo goed als geen energie. Het is een rijdend Start&Stop systeem.

Het rijden in een EV maakte mij veel bewuster van al mijn dagelijkse ritten. Zo ontdekte ik dat korte stadsritten veel meer kilometers opslurpen dan je denkt. Je dochter even naar hockeytraining brengen; 24 kilometer! In de Volvo kost dat dus 3 liter LPG. Nooit geweten! “Kom je me straks ook weer halen pap? Natuurlijk schat”. 50 kilometer in totaal! Daarna wil je een vol-elektrische ZOE toch persé weer even aan de paal hangen. Ik heb dit experiment voltooid zonder een laadmogelijkheid in de onmiddellijke omgeving van mijn voordeur. Als ik voor de deur of op mijn oprit had kunnen laden, desnoods met een verlengsnoertje op 220Volt, dan was mij behoorlijk wat gedoe bespaard gebleven. Kortom; een privélaadplaats op de zaak, op de eigen oprit of een laadpaal voor de deur maakt het leven van een EV-rijder bijzonder veel aangenamer. Het credo is namelijk; parkeren is laden! En de tijd dat je slaapt is ideaal om je EV tot 100% op te laden. Dat brengt mij op de grootste verandering die van een EV bezitter wordt gevraagd; de dagelijkse en voortdurende afhankelijkheid van een laadpunt vergt van een EV-rijder een andere manier van denken, een andere mindset . Met de ZOE ben je iedere dag bezig met voltanken of laden van je accu’s. Dat klinkt afschrikwekkend maar dat is het enkel de eerste week. Na twee/drie weken was het credo van ‘parkeren-is-laden’ een tweede natuur geworden. Mensen vroegen mij regelmatig of het niet lastig was dat je er maar steeds mee bezig moet zijn. Het antwoord luidt; nee. Het is kinderspel. Wie schiet er bijvoorbeeld nog in de stress van het laden van zijn mobiel?

Nog een belangrijk ‘offer’ dat de potentiële EV-rijder moet maken is dat je langere ritten moet voorbereiden. Ik zocht voor vertrek op de laptop even de afstanden en de beschikbare laadpalen op en plande vervolgens mijn reis. Dat klinkt eveneens als een terugkeer naar de pionierstijd van de automobiel maar ook dat valt in de praktijk reuze mee. Er zijn handige apps beschikbaar waarop zelfs te zien is of de beoogde laadpaal bezet is of niet.

In het begin had ik de neiging bij zo’n laadpaal de accu’s helemaal vol te pompen; ik stond nou toch bij een laadpunt! Maar dat leerde ik snel af. Het bleek veel efficiënter onderweg slechts het aantal kilometers bij te laden dat ik echt nodig had. Helemaal volladen doe ik wel als ik slaap. Een tussenstop om bij te laden kost helaas minimaal een kwartier tot een half uur. Dat was in het begin echt verloren tijd voor mij! Die leerde ik noodgedwongen te vullen met het plegen van die telefoontjes die je anders vergeet of op je werkplek doet. Ik zorgde er na verloop van tijd ook voor altijd een laptopje bij de hand te hebben. Of ik liet in de tussentijd mijn hond uit. In die voorbereiding toont zich de ervaren EV-rijder. Naarmate de weken voorbij gingen kwam ik daardoor steeds minder in het gevreesde gebied van laadstress en range-anxiety terecht. Dat neemt niet weg dat elektrisch rijden een extra inspanning vraagt van de bestuurder die op één dag een grotere afstand wil afleggen. Mensen die alleen voor het fiscale voordeel overwegen elektrisch te gaan rijden kunnen makkelijk teleurgesteld worden als ze daarmee niet overweg kunnen. Het vraagt soms om een lenige geest die er wel van houdt als dingen soms anders lopen dan gedacht. Is de paal bezet? OK, dan zoek ik even de volgende op. De site oplaadpalen.nl heeft mij goede diensten bewezen. Maar op verschillende fora wisselen ZOE-rijders nuttige gegevens over geschikte laadpalen uit.

In die actuele informatievoorziening ligt voor een merk als Renault misschien ook nog wel een schone taak. Dat is echt essentiële informatie voor een EV-rijder! Want bij toenemend succes van het elektrisch rijden zal de concurrentie om beschikbare laadpalen waarschijnlijk wel toenemen. Dat hoeft niet te betekenen dat de oorlog uitbreekt onder hen. Misschien worden de EV-rijders uiteindelijk net zo’n hechte sociale groep als de laatste rokers op het werk. Met dezelfde onderlinge solidariteit gaan EV-rijders elkaar misschien wel bellen zodra ze klaar zijn met laden; jij kan nu aan de paal, hoor! Over rokers gesproken; elektrisch rijden lijkt op stoppen met roken. In de eerste week denk je dat het leven nooit meer naar je zal lachen! Je belandt van de ene ellende in de andere qua actieradius. Alles lijkt zwaar en moeilijk. Na verloop van tijd breekt de zon weer door en weer iets later weet je niet beter! Behalve dat je je gezonder voelt. Daarmee bedoel ik dat ik in de ZOE in het centrum van Amsterdam mij ineens een buitengewoon sociale burger voelde, die niet langer smerige uitlaatgassen in de snufferd van zijn medeburgers spuugt. De andere auto’s degradeerden in mijn ogen tot rookbrakende antieke machines op wielen uit een voorbije tijd bestuurd door aso’s. En ineens drong het tot me door; een tijdperk loopt op zijn einde. De nadelen van oliestoken zijn eenvoudigweg te groot ten opzichte van elektriciteit. En het grote minpunt van elektrisch rijden, de beperkte actieradius blijkt vaak tamelijk eenvoudig te overwinnen met een beetje vooruitplannen. Daarbij schieten de hulpmiddelen van deze tijd te hulp; internet, smartphones en appjes. Lukt dat niet dan is er nog een range-extender (Chevrolet Volt/Ampera) of nieuwere en betere accu’s (de Tesla ModelS met een reëel bereik van 400 kilometer).

Sceptici van het elektrisch rijden houden niet veel argumenten meer over. Je hoort ze nog wel sputteren over de infrastructuur. Die is inderdaad nog tamelijk gebrekkig. De wereld is na 120 jaar rijden op olieproducten nog niet voldoende ingericht op elektrisch rijden. Logisch, maar desondanks kon ik nu al overal in Nederland wel ergens terecht om op te laden. Soms bij een irritant slome paal of soms wat verder weg dan ik had gehoopt. Maar reken maar dat bedrijven als NUON of ESSENT geld in nieuwe laadpalen blijven pompen! In 2012 besteedden wij in Nederland namelijk 42 miljard euro aan olie-invoer. 1% daarvan is al 420 miljoen. Als dat geld eens niet weg zou vloeien naar Iran of Rusland! Dat is niet alleen interessant voor die bedrijven maar ook voor de hele Nederlandse economie. Elektriciteit kunnen we namelijk hier zelf opwekken. Met wind, zonnepanelen, kernenergie of met steenkool, dat is weer een heel andere discussie, maar het maakt ons op den duur zelfvoorzienend. Daarom is het ook geen wonder dat de overheid de elektrische auto blijft subsidiëren. Die verbeterde infrastructuur van laadpunten komt er uiteindelijk dan ook wel.

Toch is niet iedereen geschikt voor een elektrische auto. Er zijn mensen die elke dag enorme afstanden moeten afleggen. Begin er niet aan, zou ik zeggen. Dan is het teveel gedoe. Mensen die met geen stok uit hun comfortzone zijn te slaan of allergisch zijn voor nieuwe ontwikkelingen, niet aan beginnen! Voor veel anderen is de elektrische auto denk ik een veel reëlere optie dan op het eerste gezicht misschien lijkt. Onder andere voor mij. Maar de EV vraagt er iets voor terug. Een nieuwe instelling of mindset. Dat moet niet onderschat worden. Ik ga zelf in ieder geval binnenkort eens voor de lol een lekker een potje rekenen met de boekhouder.

Leave a Reply

Your email address will not be published.