• Actualiteit
  • Onze modellen

Door Renault Nederland

08-01-15

De auto als statussymbool?

De laatste tijd lees je steeds vaker dat het niet langer om het bezit gaat, maar de focus meer ligt op het gebruik van goederen en diensten. Je verhuurt makkelijk je eigen huis via Airbnb, je stelt je auto ter beschikking via Snappcar, je parkeervergunning of garage via Mobypark en je boormachine via Peerby. Er wordt steeds meer gebruik van gemaakt van dergelijke initiatieven en er komen er ook steeds meer bij.

Maar hoe zit het dan met de status van het in bezit hebben van goederen? En dan specifiek de auto? Vroeger ontleende je status aan een bepaalde auto. Als je een Volvo reed, stond je bekend als zijnde intellectueel en speelde je op safe. Had je een Mercedes, dan had je het goed voor elkaar in het leven; een ondernemer die goed geboerd had en dat liet zien middels zijn dikke Mercedes. Voor Renault rijders speelden juist familie en plezier een belangrijke rol. Hoe groter en duurder de auto, des te hoger je status. Had je geen auto, dan had je het blijkbaar niet breed. Maar is dat nu nog zo met de deeleconomie?

Kijkende naar mezelf. Vroeger hadden wij geen auto thuis. Niet een bewuste keuze, maar mijn ouders woonden en werkten in dezelfde stad en deden alles op de fiets of met het OV. Dat ging prima en dit waren we gewend. Maar ik keek wel op tegen de mensen met een mooie auto. Sinds een paar jaar heb ik een leaseauto onder m’n kont en ben ik stiekem toch best trots dat ik de Renault ZOE rij. Uit de verschillende auto’s die ik kon kiezen heb ik bewust de ZOE gekozen. Het is een volledig elektrische auto, dus heel innovatief. De auto doet bijna ‘Apple-achtig’ aan, zeker de witte versie. Er zitten allerlei handige en leuke snufjes op zoals de verwarming die je op afstand kunt aanzetten, zodat je nooit meer hoeft te krabben of de keycard waardoor je de sleutel niet uit je tas hoeft te halen. Je kan zelfs verschillende geuren afstemmen op je mood. Het is een innovatieve auto met een schitterend design en leuke snufjes. Dat doet me toch wat. Ik vertel graag dat ik in deze auto rijd en laat hem met liefde zien en testen door anderen! In die zin heeft de auto voor mij wel een bepaalde status.

Maar goed, dat is n = 1 en natuurlijk niet representatief voor de Nederlandse bevolking. Vorig jaar heeft Pieter van de Glind van shareNL onderzoek gedaan naar de deeleconomie. Daaruit blijkt dat de bereidheid om iemand anders z’n auto te gebruiken (gebruiker) 37,5% is en om een auto uit te lenen (aanbieder) 24,6% is. Mensen gebruiken liever iets, dan dat ze hun bezit uitlenen. Je ziet wel dat er verschil is in leeftijd. Veelal wordt gedacht dat de millenials (20-35 jaar) voornamelijk geïnteresseerd zijn in het delen, maar het blijkt dat ook de 35+ers hierin interesse hebben, hoewel dat percentage wel lager ligt.

Ik denk dat je uiteindelijk een verschuiving zult zien. Er zullen altijd mensen blijven die waarde hechten aan het bezit van een auto en hem dus ook niet zo graag uitlenen via één van de deelinitiatieven. Er zal echter ook een deel van de mensen zijn die hier geen waarde aan hechten en gewoon een vervoermiddel willen die hen van A naar B brengt. Zeker de jongere generatie, de twintigers en jonger. Of wordt delen toch het nieuwe statussymbool?

En ik? Per januari ben ik voor mezelf gestart en heb ik m’n leaseauto ingeleverd. Ik heb overwogen om geen auto te nemen en te kijken of ik mijzelf kan vervoeren met het OV en initiatieven als Snappcar. Ik was wel benieuwd of dit zonder al te veel gedoe, met een vergelijkbare reistijd en lage kosten haalbaar was. Dit experiment heb ik even (echt maar even!) in de koelkast gezet en toch maar een (tweedehands te leuke met open dakje) Twingo gekocht…

Leave a Reply

Your email address will not be published.